
verwarring?!
Tepel / speenverwarring? 1.
Logopedische en lactatiekundige visie op drinken en zuigen: de stand van zaken:
Sinds vorig jaar is een werkgroep actief die wil uitzoeken in hoeverre logopedisten en lactatiekundigen werkelijk van mening verschillen over het drinkgedrag van de gezonde zuigeling. Door deze gedachten uitwisseling wil de werkgroep bevorderen dat beide beroepsgroepen van elkaar leren en kunnen samenwerken.
Op kleine schaal, als collega’s op een ziekenhuisafdeling bijvoorbeeld, lukt dat al aardig.
Tijdens de bijeenkomsten bleek het soms heel moeilijk en taai om te begrijpen wat de andere beroepsgroep precies bedoelt, ook al was ieders houding vanaf het begin zeer welwillend en geïnteresseerd in elkaars kijk op de zaak.
Het volgende kwam naar voren: lactatiekundigen willen erg graag dat de baby rechtstreeks aan de borst drinkt.
Voor logopedisten heeft dat een iets minder grote prioriteit.
Lactatiekundigen willen voorkomen dat problemen ontstaan.
Logopedisten gaan ervan uit dat als de reflexen goed zijn de baby goed kan drinken en of dat nu aan fles of borst gebeurt, beide zijn goede opties. Dit ligt aan de basis van de oplossingen die beide beroepsgroepen voorstaan.
Bondig samengevat: de lactatiekundige heeft het over drinken aan de borst versus zuigen aan de fles.
Voor de logopedist is zuigen gewoon zuigen.
Uit de werkgroep, samengesteld uit drie logopedisten en drie lactatiekundigen, kwam het volgende naar voren:
eenduidige oplossing
zowel logopedisten als lactatiekundigen zijn het erover eens dat er geen eenduidige oplossing is om een gezonde zuigeling (weer) effectief aan de borst te laten drinken. Per ‘individu’ dient gekeken te worden naar type en omstandigheden en daaraan dient een voedingsbeleid te worden gekoppeld. In die zin kan het (overigens begrijpelijke) gebruik van protocollen een effectief borstvoedingsbeleid in de weg staan en zijn doel voorbij schieten.
- zuigverwarring
de term ‘zuigverwarring’, onder lactatiekundigen een vertrouwd begrip, wil een logopedist eigenlijk niet gebruiken.
Daar waar de lactatiekundige zegt: de zuigeling raakt verward t.g.v. (een mogelijk teveel aan) verschillende prikkels in het mondje, zegt de logopedist dat de zuigeling zich aanpast aan wat zich voordoet, bij wijze van overlevingsstrategie.
Logopedisten gaan er van uit dat de gezonde zuigeling die een fles aangeboden heeft gekregen, wel uit de borst kan drinken (dus nietverward
is door een andere techniek, type A) en die overgang ook kan maken.
Als het niet lukt om de overstap van fles naar borst te maken, spelen mogelijk andere redenen een rol, zoals bijvoorbeeld de flow uit de flessespeen, maar ook leeftijd type B.
Om de overstap van fles naar borst zo goed mogelijk te laten verlopen heeft de NOMAS-werkgroep enkele aanbevelingen gedaan, die indertijd verwoord zijn in de zgn ‘nomasbrief’.
diagnose
als een kind problemen heeft met borstvoeding is een juiste diagnostiek belangrijk; hierbij kan zowel de lactatiekundige als de logopedist een rol spelen.
cup- en vingervoeden
beide voedingsmethoden dienen correct toegepast te worden
De logopediste zegt: om het risico op verslikken te voorkomen.
De lactatiekundige zegt: om te voorkomen dat de zuigeling (alsnog)
- zuigverward zou raken door een verkeerde techniek. Vingervoeden dient eigenlijk alleen gebruikt te worden als zuigtraining, zegt de lactatiekundige.
-zuigtraining wanneer een baby niet effectief aan de borst drinkt, kan een correct uitgevoerde zuigtraining, deskundig uitgevoerd met behulp van vingervoeden, de baby weer op het goede spoor zetten, zegt de lactatiekundige.
De logopedist zegt:als een baby niet aan de borst drinkt moet men zich afvragen of de baby geholpen wordt door cup of vinger aan te bieden. Men gaat voorbij aan de normale ontwikkeling van de zuigeling. In die zin is het geven van flesvoeding een beter alternatief, omdat dit aansluit bij de normale ontwikkeling van de zuigeling.
-therapeutisch flesvoeden
We zijn ons ervan bewust dat het aanbevelen van therapeutisch flesvoeden, de zgn kassing methode, in strijd lijkt met de aanbevelingen van de WHO code, die het gebruik van een flessespeen ontmoedigt. Toch moet dit ook in overweging worden genomen omdat je een baby die niet aan de borst wil, niet eindeloos kan blijven cup- of vingervoeden.
Cup- en vingervoeden, alsmede gebruik van een lepeltje, kunnen kortdurend gebruikt worden bij de gezonde zuigeling, tijdens de eerste 48 uur en bij hoeveelheden tot maximaal 30 cc.
Lactatiekundigen hebben gemerkt dat sommige babies baat hebben bij de breastbottle, als hulpmiddel om (weer) aan de borst te gaan drinken.
Voor logopedisten is de toevoer bij deze fles te hoog en is het, zeker bij ‘type b’ babies, geen oplossing voor het, in later maanden, leren drinken uit de fles.
Logopedisten gebruiken de breastbottle niet.
Tot zover de stand van zaken binnen de werkgroep. Overigens zijn beide visies gebaseerd op studie, waarneming en ervaring en ontbreekt bij beide beroepsgroepen wetenschappelijke ondersteuning in de vorm van voldoende onderzoek.
In de komende NVL info verschijnt een artikel van de hand van Eveline Leeuwenburg, logopedist, waarin de logopedische kijk op zuigen wordt beschreven en verduidelijkt.
samengesteld door Eveline Leeuwenburg en Irene Spaans, logopedisten met ‘nomas’ en pre-logopedie, en Bea Mok, Mary Steen en Marianne Bittremieux, IBCLC